Flexwerken is niet het probleem. De kantoortuin wel.

flexwerkenFlexwerken: veel mensen zeggen het een hel te vinden. Dat is niet helemaal terecht. Want de meeste klachten gaan eigenlijk over de kantoortuin.

Zijn flexibele werkplekken de hel? Als we de lezersbrieven in de Volkskrant moeten geloven wel. Nadat eerder deze week een artikel was verschenen over problemen met flexwerken op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, deelden meer lezers hun frustratie over het flexkantoor.

Klachten zijn onder meer lawaai, overvolle ruimtes, minder betrokkenheid en een gebrek aan privacy. Zo verzucht een medewerker van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

‘Het werken in zo’n soort kantoortuin is slecht voor je concentratie en je wordt te pas en te onpas door collega’s aangesproken want je zit daar toch. Ik ken collega’s die vertrouwelijke gesprekken in hun auto voeren omdat dat op hun werkplek niet kan en de speciale “telefooncel” op de afdeling ieder geluid doorlaat.’

Flexwerken heeft voordelen

Ik krijg echter de indruk dat niet zozeer het flexwerken zelf het probleem is, maar het flexwerken binnen een kantoortuin. Met andere woorden: de meeste klachten komen voort uit het werken in een gekmakende, overvolle ruimte. En dus niet omdat werknemers geen vaste werkplek hebben.

Op de kantoortuin valt inderdaad van alles af te dingen. Het open kantoor biedt maar één type werkplek en onderwerpt iedereen aan een identiek regime van licht, geluid, privacy en temperatuur. Maar one size does not fit all, natuurlijk. Ieder persoon heeft weer andere omstandigheden nodig om goed te presteren. Misschien werk jij het beste in een felverlichte ruimte met een beetje geroezemoes op de achtergrond, terwijl ik behoefte heb aan een muisstille en schaars verlichte plek.

Bovendien: de ene taak vraagt om een heel andere werkplek dan de andere. Vertrouwelijke gesprekken voer je liever niet in een kamer waarin tien paar oren meeluisteren. Dan verdient een afzonderlijke ruimte de voorkeur. Maar schrijf je met meerdere collega’s aan een gezamenlijk projectplan, dan kan een uurtje werken in een grotere ruimte handiger zijn.

Vaarwel aan de kantoortuin

Er valt dus zeker iets te zeggen voor flexibele werkplekken. Maar dan niet binnen een kantoortuin. Wat kunnen organisaties doen om de klachten van de Volkskrant-lezers (en vele andere werknemers) weg te nemen?

De oplossing ligt mijns inziens niet in het afschaffen van flexibele werkplekken en het maken van privékantoren voor iedereen (hoewel dat absoluut al een verbetering zou zijn ten opzichte van de kantoortuin). Wat organisaties wel moeten doen is afscheid nemen van hun kantoortuin. In plaats daarvan komt er een breed scala aan ruimtes dat rekening houdt met de uiteenlopende persoonlijkheden en taken van werknemers. Denk aan grotere kamers waarin medewerkers makkelijk kunnen overleggen, maar ook voldoende (!) plekken die rust en privacy bieden.

Zorg ervoor dat werknemers elkaar op gezette tijden kunnen treffen voor koffie of een gezamenlijke lunch. Dat zal de onderlinge betrokkenheid stimuleren. Nu de collega’s niet meer op elkaars lip zitten in de kantoortuin, wordt zo’n samenzijn juist weer aantrekkelijk.

Zo profiteert iedereen van de voordelen van het flexwerken, zonder te lijden onder de problemen van de kantoortuin. Toegegeven: dat je aan het einde van de dag die foto van je kat niet op je bureau kunt laten staan, blijft wel een puntje.

Geen blog meer missen? Abonneer je op de nieuwsbrief van hswerknemer.nl en ontvang de nieuwste blogs in je inbox. Meld je nu aan >

 

Pieter Offermans is auteur, blogger en communicatiemedewerker. Op zijn website hswerknemer.nl schrijft hij over hoogsensitiviteit op de werkvloer, werkstress, kantoortuinen en werkcultuur.

Deel dit bericht:
Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInEmail this to someone