‘Hoogsensitief’ mag dan een hokje zijn, het is wel verrekte handig

hokjeMensen vragen me weleens: ‘Ben je niet bang dat je mensen in een hokje plaatst als je praat over “de hoogsensitieve werknemer”?’

Om kort te zijn: nee, daar ben ik niet bang voor.

Integendeel. Als we de term ‘hoogsensitief‘ op een goede manier gebruiken, helpt ons dat juist om de wereld een beetje beter te maken.

Ik zal je vertellen waarom.

Hokjes hebben een slechte reputatie

Hokjes hebben een slechte reputatie. Dat is ook begrijpelijk: als je ze verkeerd gebruikt, zet dat de deur open voor verregaande generalisaties. Bijvoorbeeld:

  • ‘Alle Nederlanders zijn gierig.’
  • ‘Elke man houdt van voetbal.’
  • ‘Vrouwen kunnen niet parkeren.’

Ook als we praten over hoogsensitiviteit komen er geregeld generalisaties voorbij. Bijvoorbeeld:

  • ‘Hoogsensitieve personen moeten altijd huilen.’
  • ‘Ik ben altijd vriendelijk, want ik ben hoogsensitief.’
  • ‘Als je niet hoogsensitief bent, ben je een botterik.’

In zo’n geval kijken we niet meer objectief naar de persoon. We dichten dan iemand eigenschappen toe die hij of zij misschien helemaal niet heeft. Bevooroordeeld zijn, noemen we dat.

Moeten we dus onmiddellijk stoppen met mensen ‘hoogsensitief’ te noemen?

Nou nee. Hoe begrijpelijk en goedbedoeld die gedachte ook is: we zouden dan behoorlijk in de knel komen.

Hokjes zijn niet altijd slecht – vaak zijn ze zelfs goed

Sociaal psycholoog en hoogleraar Daniël Wigboldus deed onderzoek naar hokjesdenken. Hij concludeert:

Categoriseren is simpelweg een efficiënte manier om de wereld te versimpelen… Hokjesdenken is een natuurlijk proces, niet te stoppen. Een leven zonder zou praktisch onmogelijk zijn.’

Hokjes zijn bijvoorbeeld onmisbaar in onze dagelijkse communicatie.

Als ik zeg: ‘Er rijdt een auto op de weg’, dan heb je meteen een beeld in je hoofd. Je weet dat niet elke auto hetzelfde is en dat er een wereld van verschil is tussen een Fiat Panda en een Rolls-Royce, maar je begrijpt meteen wat ik bedoel.

Stel dat ik het hokje ‘auto’ niet meer gebruik en zeg: ‘Er rijdt een ding met 4 wielen op de weg’. Dan denk jij misschien dat ik een auto bedoel, maar misschien verwijs ik wel naar een koets, een quad of misschien zelfs een oudere die achter een rollator loopt.

Plotseling is het niet meer zo duidelijk waarover we praten.

Hetzelfde geldt voor het hokje ‘hoogsensitief’. Als ik die term koste wat kost zou willen vermijden, dan moet ik telkens zoiets zeggen als:

Een eigenschap, die bestaat naast vele andere eigenschappen in een individu, waarbij de persoon zich aan het uiterste bevindt van een schaal die loopt van “weinig prikkelgevoelig” tot “zeer prikkelgevoelig” en waarbij hij of zij prikkels dieper verwerkt en daardoor in mindere of meerdere mate een aantal specifieke behoeften kan hebben en bepaalde gedragingen kan vertonen.

Duidelijker wordt het er in elk geval niet op. Dan klinkt ‘hoogsensitief’ nog niet zo slecht, toch?

‘Hoogsensitief’ is een middel om mensen beter te begrijpen

‘Maar waarom zou je de term “hoogsensitief” überhaupt willen gebruiken?’, denk je misschien. ‘Wat schieten we ermee op?’

Als we de term enkel zouden bezigen om labeltjes te plakken (‘ik ben het wel en jij bent het niet’) of te generaliseren, dan zou ik inderdaad zeggen: weg ermee. Maar dat is niet waarom ik de term gebruik.

‘Hoogsensitief’ is een middel om mensen beter te begrijpen.

Ongeveer 20% van de wereldbevolking is hoogsensitief. Alleen al in Nederland en België leven zo’n 5 miljoen hoogsensitieve personen. Maar lang niet iedereen is zich bewust van z’n eigenschap. Vaak merken ze wel dat ze in bepaalde situaties anders reageren dan anderen, maar ze weten niet waar dat aan ligt.

Een hokje kan helpen om je persoonlijkheid beter te begrijpen. Een naam maakt het mogelijk om er informatie over op te zoeken, boeken erover te lezen, met anderen erover te praten en – als je heel gek wilt doen – er blogs over te schrijven.

Opeens begrijpen mensen bijvoorbeeld:

‘Hoogsensitief’ helpt werknemers te presteren (en werkgevers te faciliteren)

Dankzij het hokje ‘hoogsensitief’ leren mensen zichzelf beter te begrijpen. Meer zelfkennis leidt bovendien tot betere prestaties op de werkvloer. Wie weet waar z’n kwaliteiten en valkuilen liggen, kan daar rekening mee houden in z’n dagelijkse werk.

Maar ook leidinggevenden, hr-adviseurs en bedrijfsartsen zouden kennis moeten hebben van de hoogsensitieve eigenschap. Aangezien een behoorlijk aantal werknemers hoogsensitief is (1 op 5), kunnen zij het zich niet veroorloven om níet te weten hoe deze werknemers het beste te faciliteren.

Ook voor werkgevers geldt: ‘hoogsensitief’ is geen labeltje, maar een hulpmiddel om te ontdekken wat het beste werkt voor werknemers. Kennis over hoogsensitiviteit helpt onder meer om:

Met behulp van de term ‘hoogsensitief’ bouwen we zo aan een organisatie waarin iedereen optimaal presteert.

‘Hoogsensitief’ mag dan een hokje zijn, het is wel verrekte handig.

Foto: BenFrantzDale

Pieter Offermans (1982) is auteur, blogger en hoogsensitief werknemer. Hij voltooide een letterenstudie aan de Radboud Universiteit en heeft sindsdien in diverse organisaties gewerkt. In zijn boek De Hoogsensitieve Werknemer laat hij op een nuchtere en praktische manier zien hoe organisaties hun hoogsensitieve medewerkers optimaal kunnen inzetten.

Deel dit bericht:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone