Waar zijn alle hoogsensitieve mannen gebleven?

hoogsensitieve mannenMaar liefst 1 op de 5 mannen is hoogsensitief. Toch hoor je maar weinig over de HSP-man. Hoe komt dat? En hoe doorbreken we het taboe?

Wie een willekeurige discussiegroep over hoogsensitiviteit (HSP) bezoekt, valt al gauw iets op: ze wordt bijna uitsluitend bevolkt door vrouwen. Zelf schat ik dat 95% van de mensen die ik door de jaren heen over de eigenschap heb gesproken vrouw is. Je zou haast gaan denken dat HSP een ‘vrouwending’ is.

Niets is minder waar. In haar onderzoek naar hoogsensitiviteit concludeert de Amerikaanse psychologe Elaine Aron dat de eigenschap evenveel voorkomt onder mannen als vrouwen.

De HSP-man is onzichtbaar

Hoogsensitief zijn wil zeggen: ontvankelijker zijn voor indrukken uit de omgeving en die indrukken dieper verwerken.

Zo’n 20% van de bevolking heeft de eigenschap. Op een wereldbevolking van 7 miljard zijn dat minstens 1 miljard mensen, waarvan de helft mannen. Lang niet alle hoogsensitieve personen weten dat ze de eigenschap hebben.

De meesten weten niet eens dat de eigenschap bestaat, al zullen ze van jongs af aan hebben gemerkt dat ze zich op sommige momenten anders voelen dan anderen. ‘Ik ben vast de enige die last heeft van de hectiek van het open kantoor‘, denken ze, bijvoorbeeld.

Er is dus nog een lange weg te gaan om hoogsensitiviteit bij het grote publiek bekend te maken. Maar dat verklaart niet waarom de HSP-man – in vergelijking met de hoogsensitieve vrouw – zo onzichtbaar is.

Bij HSP denken we aan vlindertjes en huilebalken

Een verklaring voor het ogenschijnlijk geringe aantal HSP-mannen schuilt in het laatste deel van het woord ‘hoogsensitief’. Sensitiviteit wordt in onze cultuur namelijk geassocieerd met overgevoeligheid, zwakte en onbeheersbare emoties.

Zoek op Google naar ‘sensitief’ en je vindt kiekjes van schuchtere kinderen en lieflijke vlindertjes. Vraag een willekeurig iemand om ‘een sensitief persoon’ te beschrijven en de kans is groot dat-ie woorden als ‘kwetsbaar’ of ‘huilebalk’ noemt.

Sensitiviteit heeft een soft imago en wordt daarom beschouwd als een eigenschap die beter past bij vrouwen. Mannen geven we daarentegen labels als ‘koelbloedig’, ‘dominant’ en ‘onverschrokken’.

Van jongs af aan zien we deze beelden; niet alleen in films en op tv, maar ook in onze opvoeding, op school, op de sportclub en zelfs op de arbeidsmarkt. Iemand als Jordan Belfort alias The Wolf of Wall Street – onbevreesd, meedogenloos en extreem competitief – wordt over het algemeen als ‘mannelijker’ en succesvoller gezien dan, bijvoorbeeld, de verpleger die zich meer bescheiden en dienstbaar opstelt.

Die culturele beelden zijn natuurlijk volkomen arbitrair. In een andere tijd en op een andere plaats denkt men weer heel anders over wat ‘de man’ of ‘de vrouw’ zouden moeten zijn. Zo weten we allang dat mannen in gelijke mate emoties ervaren als vrouwen (en misschien zelfs nog wel intenser).

HSP kan een man juist sterker maken

Maar belangrijker nog: de eigenschap die we hoogsensitiviteit noemen, heeft niets te maken met zwakte of onbeheersbare emoties.

Hoogsensitiviteit gaat over het aantal prikkels dat binnenkomt in de hersenen. Het betekent niet dat je geen ruggengraat zou hebben of altijd maar emotioneel gedrag vertoont. Natuurlijk, wie meer ontvankelijk is voor indrukken uit de omgeving kán eerder overprikkeld raken en daarop emotioneel (verdrietig, angstig, boos) reageren. Maar dat hoeft niet altijd zo te zijn.

Bovendien schuilen in hoogsensitiviteit vele sterke kwaliteiten. Hoogsensitief zijn betekent vaak:

  • creatief denken
  • snel kansen en bedreigingen zien
  • weloverwogen besluiten nemen
  • snel doorhebben wat de stemming is in een groep
  • meer gericht zijn op samenwerken dan op competitie
  • extra profijt halen uit gunstige omstandigheden en maatregelen (en daardoor juist beter gewapend zijn tegen stress en burn-out)

Dit zijn onmisbare kwaliteiten voor het werken binnen een team. Sterker nog, het zijn essentiële kenmerken van effectief leiderschap. Hoogsensitiviteit maakt een persoon dus niet automatisch ‘zwak’; je zou zelfs kunnen zeggen dat de eigenschap extra kracht geeft.

Mannen durven hun HSP niet te accepteren

De manier waarop wij in West-Europa in de 21e eeuw naar de begrippen ‘man’, ‘vrouw’ en ‘hoogsensitief’ kijken, bepaalt dus dat slechts weinig mannen hun hoogsensitiviteit durven te accepteren. Wie weet, als de eigenschap een andere naam had gehad, dan waren misschien wel meer mannen geneigd geweest om zich in HSP te verdiepen en openlijk voor hun eigenschap uit te komen.

Maar een naamsverandering is misschien niet voldoende. De eigenschap zelf – openstaan voor invloeden uit je omgeving – staat namelijk haaks op het klassieke beeld van de koelbloedige, onverschrokken man; de kerel die altijd haantje-de-voorste hoort te zijn.

Wie hoogsensitief is en in een nieuwe situatie terechtkomt, gaat anders te werk dan wie de eigenschap niet heeft. Een niet-hoogsensitief persoon gaat in een onbekende situatie recht op z’n doel af. Een hoogsensitief persoon observeert eerst, schat kansen en bedreigingen in en gaat ten slotte tot actie over.

Beide strategieën hebben evidente voor- en nadelen. Maar zolang veel mannen zichzelf liever zien als onverstoorbaar en stoïcijns, als een Wolf of Wall Street, is het moeilijk om toe te geven dat je tot die laatste categorie behoort.

Veel mannen zijn daarom geneigd om hun hoogsensitiviteit te verbergen. Niet alleen omdat het niet strookt met hun mannelijke zelfbeeld, maar ook omdat anderen ze mogelijk als ‘softie’ zouden kunnen zien.

Oplossing: een nieuwe kijk op hoogsensitiviteit

Alles begint met bewustwording. Blogs, magazines, radio en tv mogen – meer nog dan nu – aandacht besteden aan het feit dat hoogsensitiviteit voorkomt bij maar liefst 1 op de 5 mensen – en dus bij 20% van alle mannen. Het spreekt voor zich dat ook het onderwijs hier een rol in kan vervullen.

Op de werkvloer is veel ruimte voor verbetering. We kunnen inzetten op een organisatiecultuur waarin oog is voor diversiteit. Iedereen zal uiteindelijk profiteren van een arbeidsmarkt waarin iedere man en iedere vrouw vanuit z’n specifieke kwaliteiten kan bijdragen. Het is daarvoor noodzakelijk om medewerkers niet enkel te selecteren en te beoordelen op kenmerken als ‘competitief gedrag’ of ‘stressbestendigheid onder alle omstandigheden’.

Natuurlijk, iedere organisatie heeft een aantal mensen nodig die op bovenstaande kenmerken hoog scoren. Maar elke organisatie heeft evengoed medewerkers nodig die over andere talenten beschikken. We hebben ook behoefte aan vrouwen én mannen die liever samenwerken dan wedijveren, die nauwkeurig inschatten wat de behoeften van klanten zijn, die creatieve oplossingen bedenken en die snel doorhebben wat de voordelen en valkuilen van een plan of maatregel zijn.

Juist deze kwaliteiten maken onze hoogsensitieve collega’s en leidinggevenden een waardevol, zelfs essentieel, onderdeel van het team.

Hoe brengen we het gesprek over hoogsensitieve mannen verder op gang? Lees mijn interview met The Haven: ‘Hoogsensitiviteit heeft een grandioos PR-probleem’.

Pieter Offermans (1982) is auteur, blogger en hoogsensitief werknemer. Hij voltooide een letterenstudie aan de Radboud Universiteit en heeft sindsdien in diverse organisaties gewerkt. In zijn boek De Hoogsensitieve Werknemer laat hij op een nuchtere en praktische manier zien hoe organisaties hun hoogsensitieve medewerkers optimaal kunnen inzetten.

Deel dit bericht:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someone