‘Hoogsensitiviteit heeft een grandioos PR-probleem’

hoogsensitiviteitPraten over hoogsensitiviteit is voor veel vrouwen niet makkelijk. Maar voor mannen is het vaak nog lastiger. Lees hier het interview dat ik onlangs gaf aan de website The Haven.

‘Wanneer kwam je erachter dat je hoogsensitief bent?’

Rond mijn dertigste, nu een paar jaar geleden. Ik liep tegen een aantal zaken aan op het werk en zocht hulp bij een coach. Ik vertelde hem mijn verhaal en hij antwoordde: je zou best eens hoogsensitief kunnen zijn. Ik had geen idee waarover hij het had, dus ik begon over het onderwerp te lezen.

Het intrigeerde me zo dat ik nooit ben gestopt met lezen. Twee jaar geleden schreef ik een boek over hoogsensitiviteit en ben ik een website begonnen over hoogsensitieve personen op de werkvloer.

‘Accepteerde je het meteen, of moest je even slikken bij het woord “sensitief”?’

Toen ik begon te lezen over hoogsensitiviteit herkende ik mezelf meteen in de beschrijving van een hoogsensitief persoon (HSP).

Eindelijk begreep ik waarom ik soms alleen wil zijn in een rustige omgeving, waarom ik niet graag te lang rondhang op grote feesten of festivals, waarom ik een hekel heb aan open kantoren en waarom ik graag werk aan creatieve projecten. Er was geen twijfel dat ik een hoogsensitief persoon was, maar het heeft me nog twee jaar gekost om dat ook toe te geven.

Voor een deel had dat te maken met de manier waarop hoogsensitiviteit in de media wordt neergezet. In tijdschriften en op websites hoor je vaak dat de eigenschap is verweven met spiritualiteit of het paranormale. Persoonlijk geloof ik dat niet; ik ben best wel nuchter ingesteld. Pas toen ik ontdekte dat er flink wat wetenschappelijk onderzoek naar hoogsensitiviteit is gedaan, durfde ik er meer open over te praten.

En dan is er nog de opvatting dat ‘echte mannen’ niet hoogsensitief zouden kunnen zijn. Dat maakte het ook moeilijk voor mij om mezelf te zien als een hoogsensitief persoon.

‘Hoe omschrijf je hoogsensitiviteit aan mensen die er nog nooit van hebben gehoord?’

Ik zeg vaak iets als dit: hoogsensitiviteit is een aangeboren eigenschap die voorkomt bij 20% van de bevolking. Een hoogsensitief persoon is gevoeliger voor zintuiglijke prikkels en verwerkt die dieper. Dit heeft zowel voor- als nadelen. Als HSP ben je vaak zeer empathisch en een creatieve denker, maar er is ook een vergroot risico op overprikkeling.

Eigenlijk is het een hele normale eigenschap, net zoals een deel van de mensen linkshandig is.

‘Merk je dat hoogsensitieve mannen en vrouwen verschillend omgaan met het onderwerp “hoogsensitiviteit”?’

Absoluut. 95% van de mensen die ik over hoogsensitiviteit hoor spreken, is vrouw. Dus als je niet beter weet, zou je denken dat het een ‘vrouwelijke’ eigenschap is.

Maar een simpel rekensommetje laat zien dat er minstens een half miljard HSP-mannen op aarde rondlopen. De meesten hebben nooit iets over de eigenschap gehoord en degenen er wel van hebben gehoord, vinden het meestal niet prettig om toe te geven dat ze hoogsensitief zijn.

‘Wat weerhoudt hoogsensitieve mannen (die er nog niet openlijk voor uitkomen) ervan om over hoogsensitiviteit te praten?’

Hoogsensitiviteit heeft een grandioos PR-probleem, zoveel is zeker. Als je de term intikt op Google, vind je plaatjes van bloemen, vlindertjes en huilende kinderen.

Hoewel deze dingen niets te maken hebben met hoogsensitiviteit an sich, zijn het niet de dingen waarmee de meeste mannen geassocieerd willen worden. We willen graag gezien worden als een James Bond of een Clint Eastwood-personage. Stoer en stoïcijns, dat soort dingen.

‘Hoe zorgen we ervoor dat hoogsensitiviteit niet meer wordt gezien als “vrouwelijk”, maar als een universele eigenschap?’

Dit is een vraag waar ik de afgelopen jaren diep over heb nagedacht en het is geen gemakkelijke.

Om te beginnen moeten we eens stoppen met het te pas en te onpas gebruiken van de labels ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’. Een waargebeurd verhaal: ik bestelde ooit een muntthee in een restaurant. De serveerster rolde met haar ogen en zei dat ik me moest vermannen en een kop koffie of bier moest bestellen. Ze maakte geen grapje. Ze dacht echt dat het drinken van muntthee niet ‘mannelijk’ is. Uiteindelijk heeft mijn vrouw voor me besteld, anders had ik die dag niks te drinken gekregen.

Dan is er nog een ander belangrijk thema als het gaat over hoogsensitiviteit in relatie tot mannelijkheid. En dat is de mythe dat hoogsensitiviteit synoniem is voor ’emotioneel zijn’. Naar mijn idee verwijst ‘sensitief’ niet naar emotioneel gedrag, maar naar extra openstaan voor prikkels uit de omgeving. Natuurlijk, als je prikkels dieper verwerkt, dan kún je soms ook intense emoties ervaren. Maar ik denk niet dat een hoogsensitief persoon wordt gedefinieerd door ‘vaak huilen’.

Als we ‘hoogsensitief’ zouden vervangen voor een begrip als ‘zeer adaptief’ of ‘zeer ontvankelijk’, dan zou dat misschien al schelen. Maar het is waarschijnlijk niet genoeg. Er kleeft tenslotte iets kwetsbaars aan het idee dat je meer openstaat voor je omgeving. Zoals ik al zei: de meeste mannen willen stoer en stoïcijns zijn. Ze willen niet te veel beïnvloed worden door wat er om hun heen gaande is. ‘Echte mannen’ klagen niet over felle lampen, harde muziek of een drukke menigte – ze horen ervan te genieten óf het naast zich neer te leggen.

‘Hoe zorgen we ervoor dat mannen zich verder in hun sensitiviteit kunnen verdiepen – op een manier waarbij ze zich prettig voelen?’

Zolang hoogsensitiviteit wordt gezien als een zwakte of vrouwending zullen weinig mannen ervoor openstaan om zich in het onderwerp te verdiepen. Dus wanneer we communiceren met mannen die nog niet bekend zijn met hoogsensitiviteit, dan moeten we de volgende feiten benadrukken:

  1. Hoogsensitiviteit is geen stoornis, maar een alledaagse eigenschap;
  2. Het is niet zeldzaam: 20% van de mensen van de mensen heeft de eigenschap (ter vergelijking: slechts 10% van de mensen is linkshandig);
  3. Wetenschappers en geleerden hebben de eigenschap uitgebreid onderzocht sinds het begin van de 20e eeuw (te beginnen met Carl Jung);
  4. Evenveel mannen als vrouwen zijn hoogsensitief;
  5. Hoogsensitviteit is niet hetzelfde als ’emotioneel zijn’.

Als we deze punten blijven communiceren, dan wordt hoogsensitiviteit acceptabel voor een breder publiek – en voor mannen in het bijzonder. Daar ben ik van overtuigd.

‘Hoe brengen we het gesprek verder op gang, denk je?’

Behalve de 5 punten die ik zojuist heb genoemd, denk ik dat we duidelijker moeten vertellen wat het betekent om een hoogsensitive man te zijn. Een platform zoals The Haven en The Gentle Rebel Podcast (de podcast van interviewer Andy Mort – red.) kunnen daarbij helpen. Alleen zo begrijpen we dat we niet de enigen zijn en dat we hele normale mensen zijn, niet anders dan de rest van de bevolking.

Daarnaast helpt het om te praten over de vele voordelen van hoogsensitiviteit. Tracy Cooper, een bekende HSP-expert, vertelde me ooit dat veel kenmerken die met hoogsensitiviteit gepaard gaan – zoals creatief denken, opmerkzaam zijn, goede samenwerkingsvaardigheden – dezelfde eigenschappen zijn die een goede Navy SEAL maken.

Ik bedoel: als die stoere gasten trots kunnen zijn op die eigenschappen, dan denk ik dat wij dat ook kunnen.

Dit interview verscheen eerder (in het Engels) op The Haven, een besloten membership website voor HSP’s. Meer weten over hoogsensitieve mannen? Lees mijn artikel: ‘Waar zijn alle hoogsensitieve mannen gebleven?’

Pieter Offermans (1982) is auteur, blogger en hoogsensitief werknemer. Hij voltooide een letterenstudie aan de Radboud Universiteit en heeft sindsdien in diverse organisaties gewerkt. In zijn boek De Hoogsensitieve Werknemer laat hij op een nuchtere en praktische manier zien hoe organisaties hun hoogsensitieve medewerkers optimaal kunnen inzetten.

Deel dit bericht:Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+