Een kantoor zonder kantoortuin: het kan wel!

kantoorKantoortuinen werken niet – en toch blijven bedrijven ze bouwen. Alle bedrijven? Nee. Sommige kiezen bewust voor een kantoor zonder kantoortuin.

Je wordt wat je vreest, zeggen ze weleens. In mijn geval klopt dat wel een beetje. De kantoortuin en ik zij nooit dikke vrienden geweest, maar dankzij mijn boek en dit blog ben ik inmiddels uitgegroeid tot een bescheiden kantoortuinexpert. Laatst zat ik zelfs in het programma van Jörgen Raymann op BNR Nieuwsradio om te praten over de gevaren van het open kantoor (hier terug te luisteren).

Nog altijd investeren bedrijven in grote ruimtes – al dan niet voorzien van lapmiddelen zoals oorstoelen of akoestische panelen – waarin iedereen elkaar voortdurend hoort en ziet. De reden? Zet mensen bij elkaar en ze moeten wel tot betere samenwerking en meer creativiteit komen. Tenminste, dat is wat veel managers en kantoorarchitecten denken.

Onderzoeken laten een heel ander beeld zien. Medewerkers hebben last van geluidsoverlast en het gebrek aan privacy, waardoor ze slechter presteren en slechter samenwerken, ze zijn minder creatief en ze melden zich vaker ziek. Op een internetforum vond ik de noodkreet van een kantoortuinbewoner waarin menig werknemer zich zal herkennen:

‘O ja, laten we alle muren afbreken, en laat de bloemen van samenwerking en creativiteit wortel schieten. Ik geloof dat dat het idee is, maar op een of andere manier is het altijd 1 gast die denkt dat het open podium is en 9 mensen die reusachtige geluiddichte koptelefoons dragen. Ik doe letterlijk niets proactiefs of creatiefs meer.

Het einde van rustige werkplekken?

Kantoortuinen zijn dus rampzalig voor bedrijven en de mensen die erin werken, maar hun aantallen lijken nog steeds te groeien.

Gaan we meemaken dat de laatste rustige werkplekken van de aardbodem verdwijnen? Niet per se. Er zijn ook organisaties die bewust kiezen voor kantoren met muren en privacy. Hieronder geef ik een aantal voorbeelden van bedrijven of teams die zich met succes tegen de kantoortuin hebben verzet.

Het viel nog niet mee om die voorbeelden te vinden, trouwens. Een paar dagen intensief googelen en rondvragen leverden een kort lijstje op.

Zijn er dan zo weinig organisaties die het zonder kantoortuin stellen? Ik denk het niet, maar ik vermoed dat de meeste bedrijven met rustige werkplekken er weinig ruchtbaarheid aan geven. Nu we nog middenin de trend van kantoortuinen zitten, is het tenslotte veel ‘hipper’ om te zeggen dat je een open kantoor hebt.

Apple-manager: ‘Fuck dit, zo werkt mijn team niet.’

Sillicon Valley geldt als lichtend voorbeeld voor ondernemers over de hele wereld. Dus als techbedrijven als Google, eBay en Facebook hun muren slopen, dan moet het wel goed zijn – denkt men.

Ook Apple vindt de kantoortuin een schitterend idee. In de zomer van 2017 verhuisden een paar duizend werknemers naar een andere locatie. Het gloednieuwe kantoor kostte meer dan 4 miljard euro, maar dan heb je ook wat. De ingangen zijn zo ontworpen dat medewerkers er op maximale snelheid doorheen kunnen lopen, het gebouw bevat gepersonaliseerde stoelen en tafels en een glazen deur van drie etages hoog.

En er zijn kantoortuinen, veel kantoortuinen. Managers en hooggeplaatste ingenieurs werken aan lange tafels naast hun werknemers en ze kunnen zich dus niet afsluiten in hokjes en kantoren. Niet iedereen is daar gelukkig mee. De nieuwssite Bloomberg meldde al in 2016 dat werknemers die prijs stellen op rust en privacy boos reageerden op de plannen. Maar volgens Apple-blogger John Gruber heeft ook een topmanager zich tegen de kantoortuin verzet:

‘Toen manager Johny Srouji het plan zag, reageerde hij met: “Fuck that, fuck you, fuck this, this is bullshit.” Hierdoor kreeg hij zijn eigen gebouw, een stukje verwijderd van het hoofdgebouw. Misschien zeggen ze intern dat het vanwege de veiligheid is, maar volgens mijn bronnen kreeg Srouji zijn eigen gebouw omdat hij zei: “Fuck dit, zo werkt mijn team niet.”

Als dit verhaal klopt, dan heeft Srouji zijn teamleden en Apple een enorme dienst bewezen.

Creatief zonder kantoortuin

Voorstanders van de kantoortuin benadrukken dat de kantoortuin bijdraagt aan het creatieve proces in organisaties. Als je mensen op een kluitje zet, gaan ze vanzelf ideeën uitwisselen. Uit onderzoeken is echter gebleken dat kantoortuinen juist slechter scoren op communicatie en creativiteit.

Het is dan ook een fabeltje dat creatieve professionals niet zonder de kantoortuin zouden kunnen. Susan Cain geeft in het boek Stil drie voorbeelden van creatieve bedrijven die er bewust voor hebben gekozen om het open kantoor links te laten liggen.

(tekst gaat door onder afbeelding)

werkplekken
Wie creatief wil zijn, kan de kantoortuin beter vermijden. (Foto: Jesús Corrius)

Het bekendste bedrijf is Reebok, de producent van sportartikelen. Rond de eeuwwisseling werden 1250 werknemers bijeengebracht in het nieuwe hoofdkantoor. De directeuren dachten dat hun schoenenontwerpers een werkplek zouden willen hebben waarin ze elkaar makkelijk kunnen aanschieten om te brainstormen. Maar toen ze de ontwerpers raadpleegden, vertelden die dat ze vooral rust en privacy nodig hebben. En dus kwam de beoogde kantoortuin er niet.

Game-ontwikkelaar Backbone Entertainment stapte over van één grote werkhal zonder binnenmuren naar vele werkhokjes. ‘Je zou denken dat mensen in een creatieve omgeving daar de pest aan zouden hebben’, herinnert de voormalig creatieve directeur zich. ‘Maar het bleek dat ze liever hoeken en gaten hadden waarin ze zich konden verstoppen en bij iedereen vandaan konden zijn.’

De werknemers van 37Signals (een softwarebedrijf dat inmiddels is omgedoopt tot Basecamp) hoeven zelfs helemaal niet naar kantoor te komen, als ze daar geen zin in hebben. Waarom? Medeoprichter Jason Fried heeft in zijn leven met honderden professionals gesproken (hoofdzakelijk ontwerpers, programmeurs en schrijvers) en ontdekte dat zij niet kunnen werken als ze voortdurend worden gestoord. (Zie ook Frieds TED-talk ‘Waarom werken niet lukt op het werk’. Aanrader!)

Teamwork staat voorop (en daarom werkt IronShark zonder kantoortuin)

In 2002 richtte de toen 16-jarige Claus Weibrecht het bedrijf IronShark op. Vandaag de dag geeft de Duitser leiding aan 32 medewerkers. ‘Teamwork speelt een centrale rol in wat we doen’, staat op de website. ‘Dit maakt het mogelijk voor IronSharks gespecialiseerde teams in online marketing, e-commerce en web- en appdevelopment om nauw samen te werken.’

Je zou misschien denken dat Weibrecht ervoor heeft gekozen om alle 32 medewerkers op een kluitje te donderen. Maar dat is niet zo. Op de vacaturepagina valt te lezen: ‘We zijn ervan overtuigd dat creatieve oplossingen opbloeien in een vriendelijk en coöperatief team. Onze teams en kantoren zijn klein, zodat je aan je taken kunt werken in rust en zonder onderbrekingen.’

Waar andere bedrijven nieuw talent lokken met opleidingen en gratis frisdrank, doet IronShark dat met rustige werkplekken. Onder elke personeelsadvertentie zet het bedrijf de tekst: ‘Geen kantoortuin, maar kleine kantoren waar iedereen z’n volle potentieel kan waarmaken.’ Gewoon, omdat het hoort bij goed werkgeverschap. En die opleidingen en drankjes? Die biedt IronShark trouwens óók.

Instituut voor Bouwrecht: iedereen een eigen kantoor

Het Instituut voor Bouwrecht (IBR) is het onafhankelijke kenniscentrum voor publiek- en privaatrechtelijk bouwrecht. De organisatie doet onderzoek, verzorgt onderwijs, publiceert tijdschriften en boeken, en beschikt over een uitgebreide (fysieke en digitale) bibliotheek. Op het kantoor werken 12 mensen.

In 2014 verhuisde het IBR naar het kantoorcomplex New Babylon, op een steenworp afstand van het Centraal Station in Den Haag. De ruimte werd casco opgeleverd en dus stond de organisatie voor de vraag: hoe gaan we het inrichten? Het was simpel geweest om de medewerkers in één grote ruimte onder te brengen. Maar dat gebeurde niet. ‘We wilden geen kantoortuin, maar aparte ruimtes voor iedereen’, zegt directeur Monika Chao-Duivis op de website van Procore.

In een e-mail licht ze desgevraagd toe dat dit de wens van alle medewerkers was. Privékantoren bieden privacy, je kunt er in rust werken en gesprekken voeren, en je kunt je papieren laten liggen zonder dat anderen daar last van hebben.

‘Je moet af en toe naar buiten kunnen kijken en nadenken, zonder dat je je zorgen hoeft te maken dat iemand denkt: daar zit die persoon weer te niksen. Ik hoorde een keer van een medewerker in een kantoortuin, waar ook de directeur in zat, dat iedereen ziet hoelang je naar de wc gaat. Mensen ontwikkelen mechanismen om het niet te zien of te doen alsof, maar toch.’

De communicatie tussen collega’s lijdt niet onder de keuze voor privékantoren. ‘We zitten op dezelfde etage en de kamers zijn aan de gangzijde voorzien van glazen wanden met plakstrippen. Op één etage zitten is wel heel goed voor de onderlinge communicatie.’

(tekst gaat door onder afbeelding)

bureau
Foto: StockSnap

Stack Exchange gelooft in privékantoren (en samen lunchen)

Het Amerikaanse internetbedrijf Stack Exchange maakt zich zorgen over het groeiend aantal kantoortuinen. In 2015 publiceerde technisch directeur Tim Fullerton daarom een blogpost met de titel ‘Waarom we (nog steeds) geloven in privékantoren’.

Zelf is Stack Exchange de dans niet helemaal ontsprongen: de sales- en marketingafdelingen zijn gevestigd in open ruimtes. ‘Maar het blijft me verbazen dat niet meer bedrijven praten over privékantoren voor softwareontwikkelaars, en dat kantoortuinen de norm zijn geworden in de bedrijfstak’, zegt Fullerton. ‘Op z’n minst zouden we moeten praten over alle voordelen die privékantoren bieden.’

De softwareontwikkelaars bij Stack Exhange beschikken in ieder geval over hun eigen kantoortjes. Fullerton legt uit wat de filosofie daarachter is:

‘Iedereen heeft z’n eigen ritme. Mensen komen binnen op verschillende tijden, nemen pauze op verschillende tijden, hebben de behoefte om te praten op verschillende tijden en hebben hun meest productieve uren op verschillende tijden.

Het is de taak van het management om daaraan tegemoet te komen en een ruimte te creëren waarin al die tegenstrijdige behoeften niet samenklonteren tot een onafgebroken rumoer – niet om een of ander ideaal van openheid en creativiteit van bovenaf op te leggen. Met privékantoren krijgen de mensen die het eigenlijke werk doen de controle.’

Medewerkers kunnen overleggen op overlegplekken, in de koffiebar of via chat. Maar er zijn ook genoeg andere momenten waarop de collega’s elkaar zien. Er zijn vrijdagmiddagborrels en een jaarlijkse company meetup. En elke dag is er een bedrijfslunch. ‘Samen lunchen is niet verplicht’, zegt Fullerton, ‘maar iemand die nooit langskomt zou wel heel wat lekker eten mislopen.’

Meer weten over alternatieven voor de kantoortuin? In het boek De Hoogsensitieve Werknemer geef ik tips voor een werkomgeving waarin hoogsensitieve én niet-hoogsensitieve werknemers beter presteren. Bestel het boek hier.

Pieter Offermans (1982) is auteur, blogger en hoogsensitief werknemer. Hij voltooide een letterenstudie aan de Radboud Universiteit en heeft sindsdien in diverse organisaties gewerkt. In zijn boek De Hoogsensitieve Werknemer laat hij op een nuchtere en praktische manier zien hoe organisaties hun hoogsensitieve medewerkers optimaal kunnen inzetten.